Artikel uit de Actief van mei 2013 over Pensioen
Het onderhandelen gaat door
Ons pensioenfonds doet het goed en heeft de volledige compensatie van de prijsstijging over 2012 toegekend. Maar de toekomst is door alle maatregelen en voorstellen van de overheid ongewis. Een kort overzicht.
Ondanks alle commotie rondom pensioenen is het pensioenbewustzijn in Nederland erg laag, zo blijkt uit onderzoek van TNS NIPO. Van de Nederlanders die in loondienst zijn, heeft 72% geen idee hoe het zit met haar of zijn pensioen. Men denkt dat het pensioen wel goed geregeld is, en mensen denken dat ze er zelf toch niets aan kunnen doen. Dat de gepensioneerden daar wel mee bezig zijn, blijkt uit de enorme stijging van de politieke partij 50Plus die bij nu te houden verkiezingen met 19 zetels in de Tweede Kamer zou komen.
Overheidsmaatregelen
In Nederland bestaat het pensioen uit drie pijlers; het overheidspensioen (de AOW), het werknemerspensioen en het privépensioen. Kreeg iedere Nederlander vanaf zijn 65ste AOW, dit is per 1 januari jl. veranderd. De leeftijd steeg in januari met 1 maand. Daarna stijgt de leeftijd verder in etappes. In 2018 moet de pensioengerechtigde leeftijd 66 jaar zijn en vanaf 2021 komt daar nog een jaar bij. Vervolgens wordt deze leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Althans dat is het voorstel. In de huidige wet (Kunduz-akkoord) is de AOW in 2023 op 67 jaar gesteld. De pensioenrichtleeftijd in de tweede pijler, het werknemerspensioen, wordt in 2014 op 67 jaar gesteld. Eerder met pensioen gaan blijft mogelijk, maar kost globaal 7% per jaar van het aanvullend pensioen gedurende de hele looptijd. Wie 2 jaar eerder (65) met pensioen wil, mist dus 14% van zijn pensioeninkomen voor de rest van zijn leven. Staatssecretaris Klijnsma heeft wel toegezegd te zorgen voor een overbruggingsregeling voor inkomens tot 150% van het wettelijk minimumloon voor die mensen die nu al met de VUT zijn en geen mogelijkheid hebben om zelf te repareren. De vakbeweging vindt de regeling veel te mager. Verder worden er wijzigingen aangebracht in de hoogte van de opbouwpercentages. Voor onze middelloon-pensioenregeling daalt dat van 2,25% naar 2,15% en een verdere daling wordt in 2015 verwacht naar 1,75%. Dit heeft grote gevolgen voor de hoogte van de pensioenen voor de werkenden. Ze zullen al snel 25 tot 30 procent van hun opbouw missen. Toch verwacht de vakcentrale FNV niet dat het Malieveld vol zal stromen met protesterende werknemers. Aan de andere kant betekent minder pensioen ook minder premie betalen voor de werkgever en werknemer. Hoe minder aftrekbare premie, des te hoger de belastingopbrengst voor de schatkist. Het nadeel dat mensen ervaren omdat ze later met pensioen kunnen, heeft tegelijk ook een pluspunt: wie nu 60 is en in 2019 op zijn 66ste met pensioen gaat, kan rekenen op een pensioen dat 7% hoger is dan wanneer hij op zijn 65ste met pensioen zou zijn gegaan. Dat is te danken aan de rente over het tientallen jaren opgebouwde pensioenbedrag. Bovendien hoeft het pensioenfonds een jaar minder uit te keren en is er langer pensioenpremie betaald.
Naast al deze maatregelen is er in het regeerakkoord ook een aftopping van het inkomensniveau aangekondigd. Vanaf een inkomen van 100.000 euro kan er niet langer fiscaal gefaciliteerd voor een aanvullend pensioen worden gespaard. Dit geldt ook voor opbouw in de privésfeer.
Reëel of nominaal pensioen
Staatssecretaris Jetta Klijnsma heeft toegezegd dat pensioenfondsen vanaf 2015 over kunnen stappen op het reële of nominale pensioen. Fondsen kunnen dan kiezen of ze een nominaal pensioen of een zo geheten reëel pensioen aanbieden. Het reële pensioen gaat uit van beleggingen in aandelen. Het financieel toetsingskader 2 is hier van toepassing. In het reële pensioen wordt de indexatie hersteld, maar wordt bij tegenvallende beleggingsresultaten eerder gekort. Het verschil met het huidige stelsel is dat de korting over 10 jaar wordt uitgesmeerd. Is er bijvoorbeeld een dekkingstekort van 20%, dan wordt er jaarlijks 2% gekort. Het nominale pensioen gaat uit van een vast lager pensioen zonder indexatie. De beleggingen zijn gebaseerd op obligaties volgens het financieel toetsingskader 1.
Collectieve beschikbare premieregeling
Inmiddels rukt de collectieve beschikbare premieregeling als pensioenverzekering op. De werknemer krijgt een leeftijdgerelateerde premie, die voor hem collectief wordt belegd. Op de einddatum koopt de werknemer van het kapitaal een pensioen aan. Zijn de beleggingsrendementen hoog dan is er niets aan de hand, maar in tijden van crisis, zoals nu, pakt dat negatief uit. Werkgevers zijn dan in één klap af van de riskante clausule dat ze moeten bijstorten bij tekorten. ING heeft al een akkoord bereikt met de vakbonden over een collectieve beschikbare premieregeling. Invaren van de ingegane pensioenen is bij ING niet aan de orde. Alleen de toeslagverlening is gekoppeld aan het dividend dat ING in de toekomst betaalt aan de aandeelhouders. RABO onderhandelt ook met de vakbonden over aanpassing van de pensioenregeling. Is ABN AMRO de volgende bank?
Nog meer druk komt er op de ketel doordat er vanaf 1 januari nieuwe internationale boekhoudregels gelden, die maken dat beurs-genoteerde bedrijven onder strengere dan in Nederland geldende eisen, reserves moeten aanhouden voor pensioentekorten. Advies- en onderzoeksbureau Mercer berekende dat die eisen Nederlandse multinationals opzadelen met een totaal pensioentekort van 30 à 40 miljard in plaats van de 7 miljard een jaar geleden. Nu is ABN AMRO nog geen beursgenoteerde onderneming, maar het bedrijf wil dat wel graag worden.
Zorgvuldig bestuur en degelijk beleid
Het Pensioenfonds ABN AMRO heeft met een dekkingsgraad van 115% per 31-12-2012 en 116% per eind februari geen reservetekort meer. Het bestuur heeft daarom besloten om de volledige compensatie van de prijsstijging over 2012 van 3% toe te kennen. Vele pensioenfondsen zijn niet in staat ook maar een partiële toeslag te verlenen en enkele tientallen pensioenfondsen moesten zelfs overgaan tot het verlagen van de pensioenen. Het uitkeren van een volledige toeslag is het resultaat van een zorgvuldig bestuur en een degelijk beleggingsbeleid. Overigens hebben we over 2010 een partiële en over 2011 geen toeslag ontvangen, waardoor we nog wel 3,54% achterlopen!
Frans Aartsen